Praktijkinrichting

De inrichting van uw praktijk is belangrijk, voor zowel behandelaar als patiënt. Inmotus geeft u tips en adviezen om uw praktijk zo prettig en optimaal mogelijk in te richten.

Entree

  • Voorkom drempels en opstapjes zoveel als mogelijk.
  • Let op deurbreedtes i.v.m. de mobiliteit van uw patiënten.

De behandelkamer

De elektrotechnische installatie

  • Zorg dat er voldoende aansluitingen zijn met randaarde. Bepaal de hoogte van de aansluiting en/of laat ze veranderen.
  • Vloergoten voor het wegwerken van kabels is tegenwoordig goed realiseerbaar, het voorkomt stofnesten en verlaagt de kans op ongelukken.
  • Zorg voor goede koeling en binnenklimaat. Dit kan met een split-unit (airconditioning) prima gerealiseerd worden. In moderne gebouwen is de ventilatie vaak mechanisch geregeld en is vaak sprake van ondercapaciteit. Vormgeving gaat dan ten koste van comfort.
  • Zorg voor goede ventilatie. Slechte ventilatie is namelijk schadelijk voor de gezondheid.

Podoscoop, scanner en drukmeetplaat

In de vloer bouwen of in een bordes. Let absoluut op de bouwwijze/kwaliteit. Aansprakelijkheid bij calamiteiten heeft vaak grote gevolgen.

Behandel-unit of kleine pedicuremotor

Bij een behandel-unit is de compressorcapaciteit normaal gesproken goed. Laat je hier goed over informeren. De compressor is niet alleen voor evt. turbine en sprayfunctie maar ook voor koeling van de micromotor en het handstuk. Pedicuremotoren zien er vaak mooi uit maar hebben in de regel te weinig compressor capaciteit. Dat komt de koeling van de motor en handstuk niet ten goede. Vroegtijdige slijtage van bijvoorbeeld lagers, geeft hoge reparatiekosten.

Patiënten behandelstoel

De kwaliteit van het frame en de verstelling moeten degelijk zijn, het bedieningsgemak voor de behandelaar is voornaam, de kwaliteit van de bekledingsstof moet makkelijk te reinigen zijn.

Behandellaar stoel

Let op de ergonomie en kwaliteit van het frame. Wielen en vloercombinatie moeten op mekaar afgestemd zijn om bijv. Zwarte strepen op de vloer te voorkomen.

Reiniging en sterilisatie

Ultrasoon reiniger in RVS uitvoering geeft een beter kavitatieproces. De autoclaaf moet voldoen aan de Europese regelgeving. Beide apparaten horen in een stofvrije omgeving en als het kan gescheiden van de behandelkamer.

Lab

De schuurmachine keuze

Afhankelijk van het aantal personen die er mee werken en de gelijktijdigheidsfactor van het gebruik kunt u kiezen voor 1 of 2 schuurbanden of meerdere machines. Een modern stoffilter met klopinrichting is belangrijk voor de reiniging van het stoffilter. Let op de stroomaansluiting in uw lab; dit kan 400V of 230V zijn.

Centrale stofafzuiging

In combinatie met meerdere machines/aansluitingen goed realiseerbaar.

Lijm/werktafel

De capaciteit van de afzuigventilator is belangrijk. De damp mag niet blijven hangen in het afvoerkanaal. Dampafvoer naar buiten of middels koolstoffilter binnen. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

Ergonomie van de werktafel

Heb je de juiste hoogte gekozen? Voor staand werk is een werkhoogte van ca. 90 tot 105 cm ergonomisch verantwoord.

Brandveiligheid

Een brandblusser is verplicht. Denk wel na over de keuze voor het type brandblusser.

Opslag van gevaarlijke stoffen

De dag voorraad mag bij de werkplek staan. De overige voorraad moet apart in het magazijn of bij grote hoeveelheden in een brandveiligheidskast.

Wat is eigenlijk hardheid?

Hardheid lijkt een simpel begrip. Het geeft namelijk aan hoe hard iets is. Maar hoe bepaal je eigenlijk de hardheid van EVA en waar moet je rekening mee houden?

In de praktijk worden vaak de termen ‘hard’ en ‘zacht’ gebruikt voor het aanduiden van de hardheid van EVA. Meestal door te voelen aan een materiaal wordt bepaald of het materiaal de ‘juiste’ hardheid heeft. Dit alles gebaseerd op ‘ervaring’. Men kent een bepaald materiaal uit de praktijk en weet op ‘gevoel’ welke hardheid het moet hebben. Wijkt deze ‘gevoelshardheid’ af van wat men gewend is, dan wordt al vaak de constatering gedaan dat het EVA te ‘hard’ of te ‘zacht’ is. Dit is echter een subjectieve beoordeling van het materiaal op juiste hardheid.

Om de hardheid van een EVA op een objectieve manier te bepalen, wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde ‘Shore’ meter. Shore is een eenheid om de hardheid van een materiaal te beschrijven zoals ‘km per uur’ een eenheid is om de snelheid te beschrijven. Er zijn verschillende Shore-eenheden, zoals Shore A, Shore C en Shore D. Dit is o.a. afhankelijk van het type materiaal. Voor EVA wordt normaal gesproken de eenheid Shore A gebruikt. De waarde ligt tussen 0 Shore A (volkomen zacht) en 100 Shore A (volkomen hard). Echter, de meetbare waarden liggen in de praktijk tussen de 10 Shore A en 100 Shore A. Zachter dan 10 Shore A is moeilijk meetbaar. Beter is dan om naar een Shore C eenheid te gaan.

Wat is nu precies Shore A en hoe wordt deze waarde objectief gemeten?

Bepalen of een materiaal te ‘hard’ is of te ‘zacht’ is kan alleen als dit wordt gerelateerd aan een norm. Net zoals je pas kunt stellen dat iemand te ‘hard’ of te ‘zacht’ rijdt op de snelweg als de maximum snelheid bekend is. Zonder snelheidslimiet (de norm) rijdt iemand met 200 km per uur niet te hard. Zonder een norm kan dus ook niet gesteld worden of een EVA te hard is of te zacht. Zo bestaan er voor de hardheid van EVA o.a. de normen ISO 7619-1 en DIN-norm DIN 53505. De definitie van hardheid is ‘de relatieve weerstand die een materiaal biedt tegen het indringen van een harder lichaam’.

De hardheid wordt vervolgens gemeten met een zogenaamde Shore-meter. Een klein apparaatje met aan de onderkant een uitstekende pin. Deze pin wordt vervolgens op het EVA gezet. De mate waarin het materiaal de pin terug duwt (de relatieve weerstand) wordt vervolgens op een meter uitgedrukt in een Shore A waarde. Belangrijke voorwaarde om de juiste hardheid te meten is dat het materiaal zich op kamertemperatuur van 20-21 graden bevindt. Dit is namelijk de ‘normale’ temperatuur die behoort bij de norm. Omdat EVA een zogenaamde thermoplast is (wordt door warmte plastisch) is het dus gevoelig voor warmte. Als EVA warmer wordt dan 20-21 graden dan zal de hardheid lager worden, en als EVA kouder wordt dan 20-21 graden dan zal de hardheid toenemen. Een temperatuur van 30-35 graden kan al snel resulteren in 3-4 Shore A punten verschil.

Van groot belang is dus dat tijdens verschillende jaargetijden rekening wordt gehouden met de temperatuur waarin het EVA wordt gemeten om de juiste (werkelijke) hardheid te bepalen.

Inmotus, wat is leer?

Materiaalkennis is een belangrijk onderdeel voor onze branches. Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van leer, zullen we ook inzicht moeten krijgen in, “Wat is leer”.

Naast diverse rubber- en kunststof producten, zoals synthetische stoffen, is leder nog altijd het meest gebruikte product voor het maken van schoenen en als afdekmateriaal voor de podotherapeutische zool en steunzool.

Echter, door zijn specifieke eigenschappen, is leder nog altijd één van de beste materiaalkeuzes vanwege zijn souplesse en duurzaamheid.

We beginnen met de geschiedenis van leder en hoe dit product tot stand komt. Naast deze theorie zal ook de praktische kant van leder behandeld worden. Wanneer leder wordt gevoeld en bekeken, is het mogelijk om de specifieke eigenschappen van de meeste leersoort te beoordelen.

De huid in het algemeen

De opbouw van de huid

Iedere huid is opgebouwd uit een drietal hoofdlagen, te weten:

1.     de opperhuid met haren of schubben;

2.     de lederhuid met nerflaag en reticulaarlaag;

3.     het onderhuids bindweefsel.

Alleen de lederhuid is geschikt om tot leer verwerkt te worden. De opperhuid en het onderhuids bindweefsel worden voorafgaand aan het looien verwijderd. Echter de opperhuid van reptiel- en vissenhuiden maken hier een uitzondering op want daar gaat het juist om de schubben.

 

De opperhuid

De opperhuid is een zeer dunne laag en moet zorgvuldig worden verwijderd. De haren wortelen in de lederhuid en lopen naar boven toe door de opperhuid. Met de opperhuid worden dus ook de haarwortels verwijderd; de gaatjes van de haarinplant blijven zichtbaar in de nerflaag van het (volnerf) leer.

De lederhuid

De lederhuid wordt gevormd door een dicht ‘vlechtwerk’ van huidvezels. Door de onregelmatige opbouw van de vezels zijn er verbindingen in alle denkbare richtingen (driedimensionaal). Daardoor is leer niet alleen in alle richtingen sterk en veerkrachtig, maar heeft het ook een grote trek- en scheursterkte.

De lederhuid bestaat uit twee duidelijk van elkaar te onderscheiden lagen:

A. de nerflaag:               is de bovenste laag van het leer met gaatjes van de haarinplant;

B. de reticulaarlaag:      is de onderste laag, ofwel vleeslaag, van het leer

A. De nerflaag

Bevindt zich aan de haarzijde. Het heeft een licht golvend oppervlak. Afhankelijk van de diersoort bezit het een wisselende nerftekening. Ook afhankelijk van de leeftijd en het geslacht is de dikte van de huid van de verschillende dieren verschillend.

B. De reticulaarlaag, ook wel vleeslaag of netlaag genoemd.

De grove(re) reticulaarvezels vertakken zich, naar boven toe, in de fijnere vezels van de nerflaag.

De verweving van de huidvezels is altijd driedimensionaal, daardoor bezit het leer een grotere treksterkte. Daarom kan men nooit een lange vezelbundel uit het leer trekken. Dikkere huiden, van oudere leeftijd, kan men voor het looien in meerdere horizontale lagen doorsnijden (splitten). Nà het splitten verkrijgen we dan: de nerflaag – de eerste, of tussensplit – de tweede, of vleessplit.

Op (in) de nerflaag blijft de nerftekening door de haarwortelgaatjes zichtbaar.

Alleen bij varkensleer (pigskin) blijven de karakteristieke gaatjes van de haarinplant ook bij de eerste en tweede split zichtbaar omdat varkensharen (haarpennen) zeer diep, dòòr en dòòr, zijn ingeplant.

C. Onderhuids bindweefsel

Ook in de onderhuidse bindweefsellaag zijn de elastinevezels onder een kleine hoek verweven. Indien aan de gelooide huid, dus het leer, nog een kleine hoeveelheid onderhuids bindweefsel aanwezig is, bezit het leer zijn grootste treksterkte. Dit is het geval bij goedzeemleer, dik tuigleer en dun geitenleer.

Bij elk diersoort zijn de haren verschillend van dikte en op een bepaalde manier, bepaald patroon, ingeplant. Aan deze haarinplant kan men, bij een goede besturing, herkennen van welke diersoort het vervaardigd is.

De huidkeuze

Elk diersoort heeft een ander huid. Diersoorten van dezelfde familie hebben dezelfde huideigenschappen. De Hollandse koe, de Noordamerikaanse buffel, de Indische karbouw en het Afrikaanse buffelkalf behoren allen tot het geslacht der runderen. De één mag wat zwaarder zijn dan de ander, de specifieke familietrekken (eigenschappen) zijn onmiskenbaar.

Voor zoolleer worden bij voorkeur volwassen runderhuiden, die behoorlijk dik zijn, gebruikt. Deze huiden kunnen ook vóór het looien op de gewenste dikte horizontaal in diverse lagen worden gesplit, met de bandmessplitmachine. Er zijn ook diersoorten waarvan de huid nooit tot zoolleer wordt verwerkt, zoals geiten en schapen, maar ook reptielen, amfibieën, vissen en vogels. De huiden van deze dieren zijn niet zwaar (dik) genoeg. Voor overleer worden vooral (jonge) runderhuiden zoals koeien en alle andere holhoornige herkauwers gebruikt, naast geiten, schapen, bastaards, varkens, paarden en paardachtige dieren.

Hou de kennisbank in de gaten voor aanvullende items over “Wat is leer”.

Maatindeling A en D stansmessen

De meest gebruikte stansmessen op een rij!

Om u nog beter van dienst te zijn en onze kennis met u te delen, ontvangt u hierbij de meest gebruikte stansmodellen, alsmede de bijbehorende maatvoeringen op een rij:

 Model   Lengte  Bruikbaar t/m   Balbreedte 
A1 24,5 cm.  

Maat 34/35

 

10 cm.
A2 27,5 cm. Maat 38/39 11 cm.
A3 30,5 cm. Maat 42/43 12 cm.
A4 32,5 cm. Maat 45/46 13 cm.
A5 34,0 cm. Maat 47/48 13 cm.
D1 27,0 cm. Maat 38 11 cm.
D2 29,0 cm. Maat 41 12 cm.
D3 31,5 cm. Maat 44 13 cm.
D4 33,5 cm. Maat 47 15 cm.

Opmerking:

  • Bij bovengenoemde maten, voor wat betreft de bruikbaarheid, is rekening gehouden met een gemiddelde hielkomdiepte, gelenghoogte en welving.

Alles over de 3 klassen autoclaven

U heeft er vast al eens van gehoord: klasseverschillen in autoclaven.
Maar wat houdt die klasse indeling van autoclaven nu precies in?

U leest er hier alles over.

Er zijn 3 klassen autoclaven:

• De B klasse (de hoogste klasse)
• De S klasse
• De N klasse (de laagste klasse)

Een bepaald type autoclaaf kan een combinatie van B, S en N klasse processen uitvoeren.

De B klasse
De B is de hoogste klasse. De B staat voor Big, dat wil zeggen geschikt voor een grote (Big) range aan toepassingen. Een B klasse autoclaaf heeft een gefractioneerd voor-vacuüm en na-vacuüm droogprogramma waardoor dit type autoclaaf geschikt is om alles in te steriliseren, ook moeilijke holle, (on)verpakte instrumenten (liposuctie naalden, Helix test).

Voorbeelden van B klasse autoclaven: Phoenix Blu 12/ Phoenix Blu 18 / Phoenix Blu 22 en Phoenix Blu 24.

De S klasse
De S is de middelste klasse. De S staat voor Special, dat wil zeggen dat de fabrikant aangeeft waar het S klasse proces voor geschikt is. Dit type autoclaaf kan verpakte massieve instrumenten (verpakte scharen, pincetten, tangen etc.) steriliseren.

Er zijn enkele fabrikanten die ook een Vacuüm S klasse (VS) proces hebben waarmee voorverpakte eenvoudige holle instrumenten gesteriliseerd kunnen worden.

Voorbeelden van S klasse autoclaven: Melag 23S/VS

De N klasse
De N staat voor Naked (Non-wrapped). Dit type autoclaaf is alleen geschikt voor onverpakte massieve instrumenten (scharen, pincetten, tangen etc.).

Voorbeelden van N klasse autoclaven: Melag 15EN+

Wat is de NEN-EN 13060 norm?
In juli 2004 is de Europese Norm EN 13060 voor tafelmodel stoomautoclaven gepubliceerd en kort daarna overgenomen als de Nederlandse Norm NEN-EN 13060. Een bepaald type autoclaaf kan een combinatie van B, S en N klasse processen uitvoeren.

Ziekenhuis autoclaven vallen buiten de norm EN 13060 voor tafel modellen en hebben hun eigen Europese normering, de EN 285 speciaal voor ziekenhuis autoclaven.

Even voorstellen: De gezichten achter Inmotus

In dit artikel laten we de drijvende krachten achter Inmotus zien. Graag stellen we Patrick, Hans en Juul aan je voor. Maak kennis met Team Inmotus!

Patrick is onze voet- en schoenspecialist en heeft een zeer uitgebreide kennis. Patrick heeft ontzettend veel kennis van materialen voor de podotherapie, orthopedie en podologie. Naast de uitgebreide kennis van verschillende soorten maakwijzen en productieprocessen binnen de schoenindustrie, is Patrick ook gediplomeerd podoloog. Verder houdt Patrick zich vooral bezig met het bezoeken van klanten en het managen van Inmotus.

Hans is de productspecialist van het team. Klanten informeren en adviseren gaat bij Hans vanzelf. Of je nu wil weten welke lijm je nodig hebt of welke machine voor jou het handigst is: Hans heeft een passend advies voor je. Hans zit al sinds 1983 in het vak en heeft dus het begin van de podotherapie meegemaakt. Hij heeft de ontwikkeling gezien en kent alle producten om de beste zolen van te maken. Dit gaat tot in de verre details: tot aan het kleinste schroefje.

Juultje is verantwoordelijk voor het front-backoffice. De laatste tijd ligt bij haar de focus vooral op het frontoffice. Ze vindt het leuk om klanten te woord te staan. Bovendien zorgt ze ervoor dat alles in ons Inmotus magazijn in goede banen wordt geleid. Juultje heeft een breed takenpakket, maar dat is juist wat ze leuk vindt. Ze is stressbestendig en oplossingsgericht. Op Juultje kun je bouwen.

Inmotus heeft dus een sterk team. Patrick en Hans hebben samen meer dan 30 jaar ervaring en 10 jaar geleden zijn ze met Inmotus gestart. Inmiddels hebben ze dus flink wat kennis en ervaring opgedaan. Ze weten waar ze het over hebben en ze weten wat ze doen. De combinatie van het denken en doen maakt Inmotus uniek. Alles wat een praktijkruimte nodig heeft, biedt Inmotus. Snel, overzichtelijk en gemakkelijk. Alle klanten krijgen advies op maat: Patrick, Hans en Juultje trekken alle registers open om de klant de beste service te bieden.

“We halen er alles uit, we kunnen het en we doen het”, vertellen Patrick, Hans en Juultje vol enthousiasme en passie. De juiste service en kennis moet je door het hele bedrijf voelen. Daarom wordt elk personeelslid binnen Inmotus intern opgeleid. Iedereen krijgt product trainingen van Patrick en Hans, zodat het personeel kennis van zaken heeft. Bij Inmotus moet je dan ook leergierig zijn en initiatief nemen. Dan pas je in het team en dan kun je de juiste service aan de klant bieden.